Zesdaagse oorlog 1967

De zesdaagse oorlog, ookwel de juni-oorlog genoemd, was een oorlog tussen Israël, Egypte, Jordanië, Irak, Saoudi-Arabië en Syrië. De oorlog duurde van 5 juni 1967 tot en met 10 juni 1967 maar de onenigheid tussen de landen was er al veel langer.

Na de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog erkennen de Arabische landen de staat Israël niet. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser wilde graag de Palestijnse Entiteit in plaats van Israël omdat hij vond dat het niet goed was om een Joods land te stichten dat omgeven wordt door moslim-landen. Dit wordt het Arabisch-Israëlisch conflict genoemd.

In februari 1958 vrezen Syrische militaire leiders dat het communisme in Syrië de macht zou krijgen, ze zoeken hulp bij de Egyptische president Nasser. Samen richten ze de Verenigde Arabische Republiek op met als hoofdstad Caïro. In Caïro zit ook het bestuur van de Verenigde Arabische Republiek, met als president Gamal Abdel Nasser.

De Verenigde Arabische Republiek wil graag dat Noord-Jemen bij de republiek komt maar dat wil Noord-Jemen niet. Wel willen ze samenwerken, dit leidt tot de Verenigde Arabische staten.

Het Syrische volk had het gevoel dat Syrië een kolonie van Egypte was omdat ze bestuurd werden vanuit het verre Caïro en de leiders uit Syrië moesten in Caïro gaan wonen, zij voelden zich afgesneden van hun machtsmiddelen. Na een staatsgreep in Syrië in september 1961 verklaarde Syrië zich onafhankelijk maar Egypte blijft de Verenigde Arabische Republiek totdat Gamal Abdel Nasser in 1970 dood gaat. De eigenlijke Verenigde Arabische Republiek heeft dus maar vier jaar bestaan. 

De Arabische staten waren na het vertrek van de Fransen en de Engelsen ook verdeeld geraakt in pro-westers en pro-Russisch doordat ze betrokken werden bij de koude oorlog, dit kwam ook duidelijk naar voren in het Arabische-Israëlische conflict. In 1959 zei Nasser dat hij een oorlog met Israël wilde voorkomen totdat de Arabische landen de oorlog zouden kunnen winnen.

Als reactie op het graven van het Israëlische Nationaal Waterkanaal leidde Syrië de Dan om zodat het water in plaats van naar Israël naar Jordanië zou stromen. Eerst stroomde het water in het meer van Tiberias en na de omlegging van Syrië was het de bedoeling dat het water van de Dan via Syrië en Jordanië in de Jordaan zou uitkomen. In 1964 maakte Israël de omlegging ongedaan maar het vijandschap bleef.

Syrië heeft het ook mogelijk gemaakt dat de Palestijnen Israël kunnen aanvallen, dit gebeurt vaak over Jordaanse grond. Koning Hoessein van Jordanië ergert zich hieraan.

Op 13 mei 1967 zegt de Sovjet-Unie tegen Egypte dat Israël bezig was met het voorbereiden van een aanval op Syrië, dit is niet waar. Egypte reageert door de Straat van Tiran af te sluiten voor Israëlische schepen, hierdoor wordt ook de Israëlische haven Eilat afgesloten. Dit vind Israël een reden om de oorlog, waarmee jarenlang gedreigd was, te beginnen. Egypte liet zijn leger naar de grens van Israël gaan om een eventuele aanval tegen te gaan. Egypte en Jordanië tekenden een samenwerkingsverdrag en er kwamen Jordaanse troepen onder bevel van Egyptische generaals. Israël zond een bericht aan Jordanië waar in stond dat Israël Jordanië niet zou aanvallen, er stond in dat Israël Jordanië alleen zou aanvallen als Jordanië Israël zou aanvallen. Dit was lastig voor koning Hoessein van Jordanië omdat hij moest kiezen tussen oorlog voeren en neutraal blijven, als Jordanië neutraal bleef zou er een grote volksopstand komen omdat er in Jordanië veel Palestijnse vluchtelingen woonden die Israël uitgejaagd waren.

Op 3 juni 1967 stemden de Verenigde Staten in met een Israëlische operatie tegen Egypte en uiteindelijk kwam er toestemming om oorlog te voeren, Israël viel Egypte en Syrië aan.